DE GESCHIEDENIS VAN DE AARDAPPEL

De aardappel vindt zijn origine in het Andesgebergte, vele duizenden jaren geleden. Tijdens de Spaanse expedities werd de aardappel ontdekt en meegenomen naar Europa. Vanuit Zuid-Europa verspreidde de aardappel vervolgens over Europa en is nu een van de meest gegeten voedingsgewassen van de wereld.

Papa’s van de Inca’s
Het gebruik van de aardappel voor menselijke consumptie startte vermoedelijk 10.000 jaar geleden rond het Titicacameer (in het huidige Peru enBolivia). De bewoners selecteerden de eetbare wilde aardappelsoorten en door kruisingen kwamen er steeds betere soorten. De moderne aardappel (Solarium tuberosum) is daaruit circa 7.000 jaar geleden ontstaan.
De verspreiding van de aardappel begon in de tijd dat de eerste agrarische gemeenschappen in de regio van het Titicameer verschenen, omstreeks 1400 v. Chr. Mais groeide in de Andes niet goed, dus de bevolking was aangewezen op de aardappel. De aardappel speelde dan ook een cruciale rol bij de ontwikkeling van deze culturen. De aardappel betekende voedselzekerheid en zorgden ervoor dat de stammen zich uit konden breiden en de eerste rijken in Zuid-Amerika konden stichten. De aardappel werd in de Inca-cultuur van deze gemeenschappen vaak afgebeeld, vooral op aardewerk en in hun rituelen: dit geeft nogmaals aan hoe belangrijk de aardappel voor hen was. In de periode tot ca 1530 na Chr. verspreidde de aardappel zich langzaamaan over Zuid-Amerika.

Moderne aardappelteelt
De inca’s ontwikkelde geavanceerde technieken om de aardappelen te vermeerderen, te telen, maar ook te verwerken en te bewaren. Bij het zaaien van aardappelen in de Urubamba vallei bewerken de boeren vandaag nog steeds hun velden nog steeds door gebruik te maken van de eeuwenoude chaki taklla. Ook werden in de bergen complete terrassen aangelegd, die duizenden jaren later nog altijd zichtbaar zijn en als toeristische trekpleister dienen. Om de aardappelen langer te bewaren ontwikkelden de Inca’s een techniek die sterk lijkt op vriesdrogen: de knollen ’s nachts blootgesteld aan vorst. Na enkele weken worden de aardappelen met de voeten vertrapt: zo verdwijnt het vocht uit de aardappelen en gaat de schil eraf. Het product dat over blijft wordt vervolgens in de zon gedroogd. Het eindresultaat, de Chuiïo of Tunta, kan gedurende lange tijd opgeslagen en verkocht worden. Het neveneffect was dat de bittere smaak verdween die gebruikelijk is bij aardappelen, die op grootte hoogte geteeld worden.

De Europese ‘ontdekking’ van de aardappel
Tijdens een Spaanse expeditie in de hooglanden van het hedendaagse Peru in 1537, werd voor het eerst een aanwijzing gemaakt van de aardappel. Hierna volgde diverse beschrijvende verhalen uit Zuid-Columbia, Noord-Ecuador, Zuid-Peru, Bolivia en Chili. De getuigenissen beschreven duidelijk dat de aardappel op vele plaatsen geteeld werden en dat er een enorme diversiteit aan aardappelen was ontwikkeld. Ook werden beschrijvingen gemaakt van de teelt- en bewaar technieken.
De aardappel werd meegenomen op de terugreis naar Europa halverwege de 15e eeuw. Het eerste genoteerde geval van het eten van aardappelen in Europa staat op naam van ziekenhuis La Sangre, nu gekend als het Hospital de las Cinco Llagas, in Seville, Spanje. De aardappelen werden in 1573 aangekocht als voedsel voor de patiënten.

Er staat niks op schrift over de invoering van de aardappel in Europa, echter is er wel degelijk bewijs dat de aardappel rond 1570 geïntroduceerd werd in Europa. Grofweg zijn er drie routes aan te wijzen, via welke de aardappel zich verspreidde over het continent:
– De aardappel werd uit nieuwsgierigheid en voor de wetenschap verspreid door een netwerk van geleerden en botanici.
– De aardappel werd al gauw geteeld door de karmelietenkloosters.
– De derde route van verspreiding binnen Europa gebeurde door de trektocht van de protestanten: zij ontvluchten hun huis en land vanwege de religieuze vervolging en namen de aardappel mee.

De grote aardappelziekte
Tegen het jaar 1800 werd de aardappel over heel Europa geteeld. Rond 1845 brak er echter een verwoestende ziekte uit die zorgde voor hongersnood in diverse delen van Europa. De ‘grote aardappelziekte’ zorgde met name in Ierland voor problemen, want het grootste deel van de bevolking was voor de voedselvoorziening aangewezen op de goedkope aardappel. Circa 1 miljoen mensen stierven een hongerdood. Tevens emigreerden circa 1 miljoen Ieren, waarvan een groot deel naar Amerika. De totale bevolking daalde met 20 tot 25%.

Aardappelconsumptie wereldwijd
De aardappel is vandaag de dag nog steeds een erg belangrijk voedingsmiddel in heel Europa. Vandaag de dag hebben de Europeanen per hoofd het hoogste aardappelverbruik ter wereld.
Ook wereldwijd doet de aardappel het goed, vooral in derde wereldlanden wordt de aardappel meer en meer gezien als het voedingsgewas van de toekomst. De aardappel gedijt in vele klimaten en grondsoorten goed en heeft relatief weinig water nodig in verhouding tot andere gewassen. Dit wordt ook in ontwikkelingslanden opgemerkt en ook daar wordt de teelt van aardappel meer gestimuleerd.